Zelf ben ik momenteel voor
mijn afstudeerstage als leerkracht in een talentklas aan het werk. Deze
talentklas is binnen een basisschool in Tilburg gevestigd en probeert zo goed
mogelijk onderwijs te geven aan hoogbegaafde kinderen. Wanneer gekeken wordt
naar passend onderwijs is het de bedoeling dat ook hoogbegaafde kinderen zo
vaak mogelijk in hun eigen klas kunnen blijven. Momenteel ziet de organisatie
van de twee talentklassen binnen Tilburg, Plein 013, echter nog de noodzaak om
deze talentklassen te faciliteren. De visie van de organisatie stelt het
volgende: “Tegemoet komen aan de specifieke onderwijsbehoeften van hoogbegaafde
kinderen, waarbij ze zowel cognitief als sociaal-emotioneel (peergroep) worden
uitgedaagd.” (WSNS, 2014) Daarbij geeft de organisatie aan zich niet specifiek
te richten op het re-integreren van de kinderen in het reguliere onderwijs. Echter
geven de leerkrachten wel aan de kinderen in het regulieren onderwijs te willen
hebben, maar het onderwijs is daar volgens hen momenteel niet voldoende op
ingericht. Vanuit mijn praktijk is het erg interessant om te bekijken wat nodig
zou zijn om het talentonderwijs dat momenteel exclusief onderwijs is, om te
kunnen zetten naar inclusief onderwijs.
In een interessant artikel van
Mooij (2014) weet hij de vinger op de zere plek te leggen door te verwijzen
naar artikel 8.1 van de wet op het primair onderwijs: “Het onderwijs wordt
zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces
kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de
leerlingen”. Vanuit literatuur is bekend dat hoogbegaafde kinderen een andere
manier van leren hebben, namelijk topdown leren (Van Kessel, 2008). Daarnaast
moet rekening gehouden worden met kenmerkende problematiek zoals aangeleerde
hulpeloosheid (De Boer, 2011) en meer moeite met het ontwikkelen van
metacognitieve vaardigheden (Bosch-Sthijns, 2009). Dat het ononderbroken
ontwikkelingsproces bij meer en hoogbegaafde leerlingen niet altijd goed
verloopt, blijkt uit internationale vergelijkingen waarbij deze leerlingen
relatief slecht scoren. Wanneer de kinderen mee moeten met het ontwikkelingsproces
van de klas, zullen zij niet de kans krijgen om hun talenten volledig te
ontwikkelen.
Mooij (2014) komt met een
interessante oplossing om het ontwikkelingsproces zo goed mogelijk te laten
verlopen. Met behulp van ‘optimaal onderwijs’ wil Mooij (2014) een
spel/leeromgeving maken waarin een ordening is gemaakt om specifieke
ontwikkelings- en leerprocessen te ondersteunen. Die ontwikkeling kan
bijgehouden worden door middel van dubbele diagnostiek door zowel de
individuele voortgang van het kind bij te houden als die voortgang te
vergelijken met leeftijdsgenoten. Met behulp van dit ‘optimaal onderwijs’
zouden kinderen dus hun eigen ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en daarmee
zichzelf zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Natuurlijk moet de inrichting van
dit onderwijs nog verder uitgewerkt worden, maar gelukkig wordt daar onderzoek
naar gedaan en wie weet wat dat oplevert!
De discussie over het
toepassen van exclusief of inclusief onderwijs zal altijd blijven bestaan. In
mijn ogen is het van groot belang om de mogelijkheden open te houden. Wanneer
duidelijk wordt wat goed bij een kind past, zou het altijd mogelijk moeten zijn
om zowel exclusief als inclusief onderwijs toe te kunnen passen. Nieuwe
ontwikkelingen zoals ‘optimaal onderwijs’ zijn erg van belang om te achterhalen
of die vernieuwingen het onderwijs kunnen verbeteren.
Bosch-Sthijns, W. (2009). Het ontwikkelen van werk- en
leerstrategieën. In E. W. J. M. van Gerven
(Ed.). Handboek hoogbegaafdheid. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
(Ed.). Handboek hoogbegaafdheid. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
De Boer, E. (2011). Leraarcompetenties
voor het begeleiden van (hoog)begaafde leerlingen.
(Hoog)begaafde leerlingen over belangrijke competenties van leraren.
Radboud Universiteit Nijmegen: Faculteit der Sociale wetenschappen.
Graas, D. (2008). Inclusief en exclusief onderwijs: een
historisch heet hangijzer. De wereld van
het jonge kind, 300-303.
Mooij, T. (2014). Recht doen
aan verschillen. Optimaal onderwijs voor cognitief hoogbegaafde en
excellente
leerlingen. Opgehaald van http://nivoz.nl/artikelen/optimaal-onderwijs-voor-cognitief-hoogbegaafde-en-excellente-leerlingen/
op 05-02-2015.
Nederlands jeugd instituut (datum onbekend). Passend onderwijs en jeugdzorg.
Opgehaald van
http://www.nji.nl/Passend-onderwijs-en-jeugdhulp
op 05-02-2015.
OCW (2006). Uitwerkingsnotitie
vernieuwing zorgstructuren funderend onderwijs. Den Haag:
Ministerie van onderwijs, cultuur
en wetenschap.
OCW (2014). Bestuursakkoord
voor de sector primair onderwijs. Den Haag: Ministerie van onderwijs,
cultuur en wetenschap.
Van Kessel, A. (2008). Topdown leren, onmogelijk uit te leggen als
je niet weet wat bottom-up leren
is. Gevonden op http://ikbenhoogbegaafd.nl/wp-content/uploads/2012/05/TopDown.pdf
op 26-06-2014.
WSNS (2014). Beleid
Talentklassen. Tilburg: Plein 013.