zondag 1 maart 2015

Quest 2: Individuele uitwerking scenario's

Vanuit het toekomstsjabloon met de drijvende krachten zijn vier verschillende scenario’s ontstaan. De verschillende scenario’s hebben hieronder allemaal een eigen naam en beeld gekregen en worden verder toegelicht op basis van het primair onderwijs.

1.      Zelfverantwoordelijk talent
Met behulp van een digitaal portfolio wordt het onderwijs op het individuele kind afgestemd en kan het zelf een weg uitstippelen om talent het hele leven lang verder te ontwikkelen.

2.      Vroege werkers
Kinderen leren eerder de basisvaardigheden van een beroep, waardoor de mogelijkheid ontstaat om ook de meer complexe vaardigheden individueel binnen een afgebakend leertraject aan te bieden.

3.      Probleemoplossend collectief
Kinderen worden op basis van verschillende kwaliteiten bij elkaar gezet om als collectief binnen een afgebakend leertraject een probleem gericht op de praktijk op te gaan lossen.

4.      Kwalitatief talententeam
De verschillende expertises van scholen wordt ingezet om kinderen zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen en de samenwerking met de gemeente daagt een groep samenwerkende kinderen uit om vaardigheden te leren die ze hun hele leven kunnen gebruiken.

Zelfverantwoordelijk talent
Ook vandaag gaat mijn tablet weer mee naar school met daarop een volledig afgestemd programma op basis van mijn digitale portfolio. Bij ieder vak vorm ik samen met andere kinderen een klein groepje om verder te werken. De leerkracht geeft niet meer aan iedereen instructie, maar komt bij ieder groepje langs om nieuwe uitleg te geven. Ik doe mijn best om de doelen op korte termijn te behalen door zelf aan de slag te gaan na de instructie. Niet alleen bij de verschillende vakken, maar ook op lange termijn heb ik doelen voor mezelf gesteld. Mijn digitale portfolio neem ik gewoon mee naar de middelbare school en ook naar het beroepsonderwijs, zodat ook die leerkrachten weten waar ik aan gewerkt heb en hoe dat gegaan is. Met behulp van het portfolio bekijk ik waar ik goed in ben en hoe ik dat verder wil ontwikkelen. Samen met de leerkracht worden mijn plannen verder uitgewerkt en krijg ik de kans om mijn talenten verder te ontwikkelen. Ik ben zelf verantwoordelijk om de tijd die ik hiervoor krijg goed in te zetten en op zoek te gaan naar goede mogelijkheden bij bijvoorbeeld een bedrijf of een organisatie. Zo kan ik bedenken hoe ik binnen een bedrijf zou kunnen helpen en samen met de leerkracht bepalen op welk moment ik daarvoor bij het bedrijf terecht zou kunnen. Op deze manier leer ik heel wat mensen kennen die mij later misschien ook nog wel kunnen helpen!

Een portfolio biedt de mogelijkheid om een gedetailleerd beeld te geven van het leerproces van een kind. Niet alleen de kennis en vaardigheden komen naar voren in een portfolio, want ook de kwaliteit van het werk en het proces naar dat resultaat toe zijn zichtbaar (Easley, 2003). Met behulp van dit inzicht is het voor zowel leerkracht als leerling mogelijk om heel het leven het portfolio verder te ontwikkelen en nieuwe doelen te stellen. Het gebruik van ICT (bijvoorbeeld door middel van een tablet) geeft de mogelijkheid om de leerprestatie, leersnelheid en motivatie van de leerlingen toe te laten nemen. Schampaert (2013) geeft aan dat door het snellere leren met behulp van ICT meer tijd over is voor interactie en samenwerking met de buitenwereld. Die tijd kan met behulp van die interactie en samenwerking goed ingezet worden om talenten verder te ontwikkelen.

Vroege werkers
De komende periode staan weer andere beroepen centraal en ik ben benieuwd uit welke beroepen we kunnen kiezen! Met kinderen uit verschillende klassen mogen we een kijkje gaan nemen bij verschillende bedrijven en organisaties, zodat ik kan ontdekken of het beroep iets voor mij zou zijn. Zowel nu als op de middelbare school is tijd vrij gemaakt om alvast een aantal belangrijke vaardigheden van dat beroep te leren. Op die manier kan het bedrijf mij tijdens de beroepsopleiding die ik volg nog meer vaardigheden leren, zodat ik een werknemen ben die heel flexibel is.

Binnen het werkveld zijn enkele onderzoeken gedaan over flexicurity waarbij gekeken wordt naar de flexibiliteit en zekerheid voor een organisatie en de werknemer. Van werknemers worden namelijk complexere vaardigheden verwacht vanwege een flexibele markt. Schalk en Raeder (2011) geven aan dat de betrokkenheid en tevredenheid belangrijk zijn voor mensen om zich voor een bedrijf in te zetten en zich in te blijven zetten. Wanneer kinderen al vroeg een richting kiezen qua beroep is het mogelijk om eerder de basisvaardigheden aan te leren en daardoor ook ruimte is voor het aanleren van de meer complexe vaardigheden. De kinderen zullen hierin uitdaging tegen komen en meer mogelijkheden van het beroep zien. Dit zal stimulerend werken op gebied van de betrokkenheid en tevredenheid en op die manier ontstaat flexibiliteit en zekerheid voor zowel werknemer als organisatie.

Probleemoplossend collectief
Aan het begin van het jaar heb ik met behulp van het kwaliteitenspel mijn eigen kwaliteiten op papier gezet. Ook alle andere kinderen uit de klas hebben dat gedaan en op die manier werd duidelijk waar iedereen goed in is. Nu vorm ik samen met een aantal kinderen een groepje met allerlei verschillende kwaliteiten bij elkaar, zodat we elkaar goed kunnen helpen. Iedere periode kiezen we samen een bedrijf of organisatie uit waar we interesse in hebben. We bedenken waar het bedrijf of de organisatie voor problemen kan hebben en besluiten voor welk probleem we samen een oplossing uit gaan werken. Door het oplossen van de problemen komen we erachter wat je voor verschillende beroepen moet kunnen en leren we al een aantal basisvaardigheden. Samen proberen we goed te overleggen en met allerlei interessante oplossingen voor het probleem te komen.

Slaats (2015) geeft aan dat het concept “Crazy Friday” al binnen een aantal bedrijven en organisaties gebruikt wordt en dat de uitkomsten erg goed zijn. Op een “Crazy Friday” krijgen werknemers de ruimte om een probleem op te lossen met behulp van samenwerking. De opdracht komt niet vanuit de werkgever, maar vanuit interesses van de werknemers zelf. Werkgevers zullen steeds meer mensen willen die productief kunnen zijn op een "Crazy Friday". Wanneer kinderen zelf bedenken wat voor problemen een bedrijf of organisatie tegen zal komen, zullen ze meer gemotiveerd zijn om het probleem op te lossen dan wanneer het aangedragen wordt.

Kwalitatief talententeam
Op deze ochtend in de week mag ik naar een andere school toe. Iedere school heeft gekeken op welk gebied ze expertise hebben en op die manier is duidelijk geworden waar ik terecht kan voor uitdaging bij de vakken en gebieden die mij goed af gaan en waar ik wat hulp kan krijgen voor de dingen die ik nu nog niet zo goed kan. De samenwerking tussen mijn school en de gemeente verloopt erg goed. Samen met andere basisscholen helpen wij onze gemeente met verschillende projecten. De ene keer zijn we bezig met het verzorgen van alle planten en de andere keer mogen we meedenken over een nieuw gebouw dat geplaatst gaat worden. Op die manier worden veel verschillende vaardigheden van mij verwacht die ik hopelijk nog heel mijn leven kan gebruiken!

In het bestuursakkoord voor de sector primair onderwijs is het volgende te lezen: “De scholen gaan met ingang van 2014-2015 passend onderwijs in de praktijk invoeren, op basis van de ondersteuningsplannen die de samenwerkingsverbanden hebben opgesteld.” (OCW, 2014) Binnen een samenwerkingsverband wordt bekeken waar de sterke en minder sterke punten van een school liggen. Wanneer de scholen een duidelijk plan op kunnen stellen op welke school een expertise verder ontwikkeld wordt, is het mogelijk om de leerlingen zo veel mogelijk te bieden. Om de ontwikkeling van de brede school te ondersteunen hebben het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap en het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid een steunpunt brede scholen opgericht (OCW en SZW, datum onbekend). Met behulp van de brede school vindt onderwijs zoveel mogelijk in de omgeving van het kind plaats door als school een samenwerking aan te gaan met verschillende instanties zoals de buitenschoolse opvang of een sportvereniging. Momenteel zijn de brede scholen in opkomst en die ontwikkeling zal zich doorzetten naar uitsluitend brede scholen. De brede scholen die erbij komen kunnen uitgebreid worden met meer samenwerking met de gemeente om op die manier meer diverse activiteiten plaats te laten vinden. De scholen krijgen zo de kans om verschillende talenten van kinderen te ontwikkelen en de gemeente krijgt de kans om de scholen samen voor de gemeente te laten zorgen.




Literatuur:
Easley, S. & Mitchell, K. (2003). De waarde van portfolio’s. Canada: Pembroke Publishers.
OCW (2014). Bestuursakkoord voor de sector primair onderwijs. Den Haag: Ministerie van onderwijs,
cultuur en wetenschap.
OCW & SZW (datum onbekend). Landelijk steunpunt brede scholen. Opgehaald van
Schalk, R. & Raeder, S. (2011). Flexicurity gemeten. Een vragenlijst over flexibiliteit en zekerheid
voor organisatie en werknemer. Gedrag & Organisatie, 24(3), 286-303. 
Schampaert, R. (2013). Werken met de iPad in het onderwijs (masterscriptie). Eindhoven: Technische
Universiteit.
Slaats, E. (2015). Onderwijs in de toekomst. Eindhoven: MLI.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten