1. Zelfverantwoordelijk
talent
Met behulp van een digitaal
portfolio wordt het onderwijs op het individuele kind afgestemd en kan het zelf een weg uitstippelen
om talent het hele leven lang verder te ontwikkelen.
2. Vroege
werkers
Kinderen leren eerder de
basisvaardigheden van een beroep, waardoor de mogelijkheid ontstaat om ook de
meer complexe vaardigheden individueel binnen een afgebakend leertraject aan te bieden.
3. Probleemoplossend
collectief
Kinderen worden op basis van
verschillende kwaliteiten bij elkaar gezet om als collectief binnen een afgebakend leertraject een probleem gericht op de
praktijk op te gaan lossen.
4. Kwalitatief
talententeam
De verschillende expertises
van scholen wordt ingezet om kinderen zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen
en de samenwerking met de gemeente daagt een groep samenwerkende kinderen uit om vaardigheden te leren die ze hun hele leven kunnen gebruiken.
Zelfverantwoordelijk talent
Ook vandaag gaat mijn tablet
weer mee naar school met daarop een volledig afgestemd programma op basis van
mijn digitale portfolio. Bij ieder vak vorm ik samen met andere kinderen een
klein groepje om verder te werken. De leerkracht geeft niet meer aan iedereen
instructie, maar komt bij ieder groepje langs om nieuwe uitleg te geven. Ik doe
mijn best om de doelen op korte termijn te behalen door zelf aan de slag te
gaan na de instructie. Niet alleen bij de verschillende vakken, maar ook op
lange termijn heb ik doelen voor mezelf gesteld. Mijn digitale portfolio neem
ik gewoon mee naar de middelbare school en ook naar het beroepsonderwijs, zodat
ook die leerkrachten weten waar ik aan gewerkt heb en hoe dat gegaan is. Met
behulp van het portfolio bekijk ik waar ik goed in ben en hoe ik dat verder wil
ontwikkelen. Samen met de leerkracht worden mijn plannen verder uitgewerkt en
krijg ik de kans om mijn talenten verder te ontwikkelen. Ik ben zelf
verantwoordelijk om de tijd die ik hiervoor krijg goed in te zetten en op zoek
te gaan naar goede mogelijkheden bij bijvoorbeeld een bedrijf of een
organisatie. Zo kan ik bedenken hoe ik binnen een bedrijf zou kunnen helpen en samen met de leerkracht bepalen op welk moment ik daarvoor bij het bedrijf terecht zou kunnen. Op deze manier leer ik heel wat mensen kennen die mij later
misschien ook nog wel kunnen helpen!
Een portfolio biedt de
mogelijkheid om een gedetailleerd beeld te geven van het leerproces van een
kind. Niet alleen de kennis en vaardigheden komen naar voren in een portfolio,
want ook de kwaliteit van het werk en het proces naar dat resultaat toe zijn
zichtbaar (Easley, 2003). Met behulp van dit inzicht is het voor zowel
leerkracht als leerling mogelijk om heel het leven het portfolio verder te
ontwikkelen en nieuwe doelen te stellen. Het gebruik van ICT (bijvoorbeeld door
middel van een tablet) geeft de mogelijkheid om de leerprestatie, leersnelheid
en motivatie van de leerlingen toe te laten nemen. Schampaert (2013) geeft aan
dat door het snellere leren met behulp van ICT meer tijd over is voor
interactie en samenwerking met de buitenwereld. Die tijd kan met behulp van die
interactie en samenwerking goed ingezet worden om talenten verder te
ontwikkelen.
Vroege werkers
De komende periode staan weer andere
beroepen centraal en ik ben benieuwd uit welke beroepen we kunnen kiezen! Met
kinderen uit verschillende klassen mogen we een kijkje gaan nemen bij
verschillende bedrijven en organisaties, zodat ik kan ontdekken of het beroep
iets voor mij zou zijn. Zowel nu als op de middelbare school is tijd vrij
gemaakt om alvast een aantal belangrijke vaardigheden van dat beroep te leren.
Op die manier kan het bedrijf mij tijdens de beroepsopleiding die ik volg nog
meer vaardigheden leren, zodat ik een werknemen ben die heel flexibel is.
Binnen het werkveld zijn
enkele onderzoeken gedaan over flexicurity waarbij gekeken wordt naar de
flexibiliteit en zekerheid voor een organisatie en de werknemer. Van werknemers worden namelijk complexere vaardigheden verwacht vanwege een flexibele markt. Schalk en
Raeder (2011) geven aan dat de betrokkenheid en tevredenheid belangrijk zijn
voor mensen om zich voor een bedrijf in te zetten en zich in te blijven zetten.
Wanneer kinderen al vroeg een richting kiezen qua beroep is het mogelijk om
eerder de basisvaardigheden aan te leren en daardoor ook ruimte is voor het
aanleren van de meer complexe vaardigheden. De kinderen zullen hierin uitdaging
tegen komen en meer mogelijkheden van het beroep zien. Dit zal stimulerend
werken op gebied van de betrokkenheid en tevredenheid en op die manier ontstaat
flexibiliteit en zekerheid voor zowel werknemer als organisatie.
Probleemoplossend collectief
Aan het begin van het jaar heb
ik met behulp van het kwaliteitenspel mijn eigen kwaliteiten op papier gezet.
Ook alle andere kinderen uit de klas hebben dat gedaan en op die manier werd
duidelijk waar iedereen goed in is. Nu vorm ik samen met een aantal kinderen
een groepje met allerlei verschillende kwaliteiten bij elkaar, zodat we elkaar
goed kunnen helpen. Iedere periode kiezen we samen een bedrijf of organisatie
uit waar we interesse in hebben. We bedenken waar het bedrijf of de organisatie
voor problemen kan hebben en besluiten voor welk probleem we samen een
oplossing uit gaan werken. Door het oplossen van de problemen komen we erachter
wat je voor verschillende beroepen moet kunnen en leren we al een aantal
basisvaardigheden. Samen proberen we goed te overleggen en met allerlei
interessante oplossingen voor het probleem te komen.
Slaats (2015) geeft aan dat
het concept “Crazy Friday” al binnen een aantal bedrijven en organisaties
gebruikt wordt en dat de uitkomsten erg goed zijn. Op een “Crazy Friday”
krijgen werknemers de ruimte om een probleem op te lossen met behulp van
samenwerking. De opdracht komt niet vanuit de werkgever, maar vanuit interesses
van de werknemers zelf. Werkgevers zullen steeds meer mensen willen die productief kunnen zijn op een "Crazy Friday". Wanneer kinderen zelf bedenken wat voor problemen een
bedrijf of organisatie tegen zal komen, zullen ze meer gemotiveerd zijn om het
probleem op te lossen dan wanneer het aangedragen wordt.
Kwalitatief talententeam
Op deze ochtend in de week mag
ik naar een andere school toe. Iedere school heeft gekeken op welk gebied ze
expertise hebben en op die manier is duidelijk geworden waar ik terecht kan
voor uitdaging bij de vakken en gebieden die mij goed af gaan en waar ik wat
hulp kan krijgen voor de dingen die ik nu nog niet zo goed kan. De samenwerking
tussen mijn school en de gemeente verloopt erg goed. Samen met andere basisscholen
helpen wij onze gemeente met verschillende projecten. De ene keer zijn we bezig
met het verzorgen van alle planten en de andere keer mogen we meedenken over
een nieuw gebouw dat geplaatst gaat worden. Op die manier worden veel
verschillende vaardigheden van mij verwacht die ik hopelijk nog heel mijn leven
kan gebruiken!
In het bestuursakkoord voor de
sector primair onderwijs is het volgende te lezen: “De scholen gaan met ingang
van 2014-2015 passend onderwijs in de praktijk invoeren, op basis van de
ondersteuningsplannen die de samenwerkingsverbanden hebben opgesteld.” (OCW,
2014) Binnen een samenwerkingsverband wordt bekeken waar de sterke en minder
sterke punten van een school liggen. Wanneer de scholen een duidelijk plan op
kunnen stellen op welke school een expertise verder ontwikkeld wordt, is het
mogelijk om de leerlingen zo veel mogelijk te bieden. Om de ontwikkeling van de
brede school te ondersteunen hebben het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap
en het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid een steunpunt brede
scholen opgericht (OCW en SZW, datum onbekend). Met behulp van de brede school
vindt onderwijs zoveel mogelijk in de omgeving van het kind plaats door als
school een samenwerking aan te gaan met verschillende instanties zoals de
buitenschoolse opvang of een sportvereniging. Momenteel zijn de brede scholen in opkomst en die ontwikkeling zal zich doorzetten naar uitsluitend brede scholen. De brede scholen die erbij komen kunnen uitgebreid worden met meer samenwerking met de gemeente om op die manier meer diverse
activiteiten plaats te laten vinden. De scholen krijgen zo de kans om verschillende talenten van kinderen te ontwikkelen en de gemeente krijgt de kans om de scholen samen voor de gemeente te laten
zorgen.
Literatuur:
Easley, S. & Mitchell, K. (2003). De waarde van portfolio’s. Canada:
Pembroke Publishers.
OCW (2014). Bestuursakkoord
voor de sector primair onderwijs. Den Haag: Ministerie van onderwijs,
cultuur en wetenschap.
OCW & SZW (datum
onbekend). Landelijk steunpunt brede
scholen. Opgehaald van
Schalk, R. & Raeder, S.
(2011). Flexicurity gemeten. Een vragenlijst over flexibiliteit en zekerheid
voor organisatie
en werknemer. Gedrag & Organisatie,
24(3), 286-303.
Schampaert, R. (2013). Werken met de iPad in het onderwijs
(masterscriptie). Eindhoven: Technische
Universiteit.
Slaats, E. (2015). Onderwijs
in de toekomst. Eindhoven: MLI.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten