|
Sterkten
|
Kansen
|
|
Portfolio
Individueel leertraject (zelfsturing)
Docent als coach
|
Digitaal
portfolio
21st century
skills
Talentontwikkeling
|
|
Zwakten
|
Bedreigingen
|
|
Open ruimten
Flexibele onderwijstijden
Brede opleiding
|
Overal kennis
Flexibele
arbeidsmarkt
Diepgang
ontbreekt
|
Sterkten
Binnen het talentonderwijs
bevinden zich kinderen van verschillende leeftijden en niveaus (Plein013, 2015).
Op dit moment vormen kinderen uit groep 4 t/m 8 samen één groep. In deze groep
moet wel sprake zijn van een individueel traject, aangezien kinderen op
verschillende momenten in hun leerproces zijn. Eén van de middelen die dit
individuele onderwijs ondersteunt, is het weekplan. Met behulp van het weekplan
is het mogelijk om ieder kind een eigen pakket met taken te geven die afgestemd
zijn op de ontwikkeling van het kind. Vervolgens wordt het individuele
leertraject ondersteund doordat het kind zelf probeert zicht te houden op de
planning van deze verschillende taken.
De leerkracht heeft hierin een
duidelijke rol als coach, aangezien het kind door middel van verschillende
leergesprekken gevraagd wordt om terug te kijken op het werken met het weekplan
en om verder te kijken wat er misschien aangepast moet worden. Tijdens deze
leergesprekken zorgt de leerkracht ervoor dat het kind met oplossingen en
antwoorden komt en stuurt vanuit zijn/haar expertise het proces van het kind zo
goed mogelijk aan.
Het leerproces van het kind
wordt in beeld gebracht met behulp van een portfolio. Het kind vult het
portfolio met een opdracht of activiteit waar hij/zij trots op is of waar het
kind een bepaald inzicht, kennis of vaardigheid bij op heeft gedaan. Doordat het
kind de resultaten aan de ouders vertelt, zal het leerproces ook in woorden
vertaald worden. Zowel in woord als in beeld wordt voor het kind duidelijk op
welke manier het zich ontwikkeld heeft en waar nog kansen liggen (Easley &
Mitchell, 2003).
Kansen
Op het gebied van het
portfolio is de organisatie nog zoekend wat betreft de vormgeving en de inhoud.
Momenteel is nog sprake van een combinatie tussen rapport en portfolio, waarbij
het rapport de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind verder toelicht en
toets resultaten weergeven worden. Het is een mooie kans voor de organisatie om
het rapport en het portfolio samen te brengen in één digitaal portfolio. Wanneer
kinderen de mogelijkheid krijgen om specifieke doelen te behalen, hoeft dat
niet met behulp van toetsen te zijn. Het digitale portfolio biedt namelijk
meerdere mogelijkheden door activiteiten te filmen en door proces en resultaten
direct vast te leggen met behulp van foto’s.
Het onderdeel ICT van de 21st
century skills zou op deze manier meteen verder ontwikkeld kunnen worden. Op
het gebied van samenwerken, sociale en culturele vaardigheden, communiceren,
kritisch denken, creativiteit en probleemoplossend vermogen worden
verschillende activiteiten ingezet (Voogt & Pareja, 2010). Met behulp van
bijvoorbeeld coöperatieve spellen, SOVA, Rots en water, verschillende logische
puzzels en projecten worden aan die vaardigheden gewerkt. Wanneer deze middelen
ingezet blijven worden in combinatie met ICT, zullen de kinderen zich goed
ontwikkelen op het gebied van 21st century skills.
Met behulp van het project
talenttijd wordt de talentontwikkeling van de kinderen gestimuleerd (Plein013,
2015). Bij talenttijd mogen de kinderen een onderwerp dat zij interessant
vinden verder onderzoeken en tot slot presenteren aan andere kinderen. Bij het
toekomstscenario wordt geschetst dat kinderen meer in de praktijk zullen gaan
leren. Talenttijd biedt een erg mooie kans om kinderen in de praktijk te laten
onderzoeken. Wanneer kinderen zelf uitzoeken welk bedrijf meer informatie zou
kunnen geven over hun onderwerp en wanneer ze zelf bekijken hoe ze daar komen
en wanneer, wordt de autonomie gestimuleerd en de praktijk in hun proces
betrokken.
Zwakten
Zoals in het toekomstscenario
aangegeven is, zullen meer open ruimtes ontstaan waarbinnen kinderen bezig zijn
met hun eigen ontwikkelen onder begeleiding van een leerkracht. Wanneer gekeken
wordt naar de kinderen binnen het talentonderwijs, valt op dat veel kinderen
moeite hebben met het omgaan met veel prikkels. Wanneer steeds meer open
ruimtes gevormd zullen worden, zullen steeds meer kinderen bij elkaar komen. Op
deze manier zal het voor de kinderen binnen het talentonderwijs moeilijk worden
om zich af te sluiten en zich te concentreren op hun leerproces. Het
talentonderwijs is momenteel ingericht met een klein aantal leerlingen binnen
een groep en ondersteuning over hoe de kinderen met elkaar en anderen om kunnen
gaan. De overgang naar grote groepen in grote ruimtes zal lastig zijn voor het
talentonderwijs.
Naast open ruimtes zullen de
kinderen en ouders meer gaan bepalen op welk moment ze leren. Uit onderzoek van
het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) blijkt dat het
overgaan naar flexibele onderwijstijden een flinke investering is. Bij dit
onderzoek kon slechts 1 van de 11 scholen voldoen aan de juiste randvoorwaarden
om flexibele onderwijstijden goed te integreren. Eén van de voorwaarden voor
het flexibele onderwijs is dat de organisatie achter het concept staat. Binnen
het talentonderwijs staat de organisatie niet achter deze flexibele
onderwijstijden, aangezien de kinderen moeite zullen hebben met een structuur
die steeds kan veranderen. De verschillende kinderen in de klas en de
verschillende onderwijstijden kunnen problemen geven bij de vraag naar houvast.
Doordat specialisatie pas
later in het onderwijs plaats zal vinden, worden de kinderen binnen het
talentonderwijs breed opgeleid. Bij hoogbegaafde kinderen zijn een aantal
kenmerken van belang voor het onderwijs dat ze krijgen. Een van die kenmerken
is het topdown leren dat de kinderen doen (Van Kessel, 2008). Vanuit een groter
geheel ontwikkelen ze de bouwstenen die ze nodig hebben. Wanneer de
specialisatie pas later plaats zal vinden, zal het voor de kinderen lastiger
zijn om het grotere geheel voor zich te zien en naar dat geheel toe te werken.
Bedreigingen
In 2030 zal op steeds meer
manieren informatie te verkrijgen zijn en zal de hoeveelheid informatie ook
toenemen. Kinderen binnen het talentonderwijs willen vaak precies weten hoe
iets in elkaar zit. Wanneer veel informatie te vinden is, zal het voor hen
lastig zijn om de belangrijkste informatie eruit te halen. Een leerkracht kan
hierin natuurlijk ondersteunen, maar dit neemt niet weg dat kinderen thuis nog
verder zoeken en wellicht door de bomen het bos niet meer zien.
Een bijkomend probleem dat kan
ontstaan bij een grote hoeveelheid aan informatie, is het ontbreken van diepgang.
Wanneer de opdrachten voor de kinderen te oppervlakkig blijven door veel
oppervlakkige informatie, zullen de kinderen hun metacognitieve vaardigheden
niet in hoeven te zetten. Bosch-Sthijns (2009) geeft aan dat hoogbegaafde
kinderen vaker moeite hebben met het ontwikkelen van metacognitieve
vaardigheden. Het is aan de leerkracht om de juiste selectie van informatie te
maken en te zorgen voor genoeg diepgang om de metacognitieve vaardigheden van
de kinderen te blijven ontwikkelen.
Verder zal sprake zijn van een
flexibele arbeidsmarkt waarin de kans toegenomen is dat kinderen een aantal
keer van baan wisselen of een andere functie krijgen. Zoals Kuipers (2009)
beschrijft, hebben hoogbegaafde kinderen meestal een interesse in bepaalde
onderwerpen. Wanneer die interesse er is, willen ze alles over dat onderwerp
weten en gaan daarmee aan de slag. Op het moment dat de kinderen vaker van baan
zullen moeten wisselen, is het risico dat ze hun interesse voor een bepaald
beroep of vakgebied niet meer goed kwijt kunnen. Het ontdekken waarom ze
bepaalde vaardigheden voor een bepaalde baan moeten leren en het opwekken van
nieuwe energie zal bij het wisselen van baan een uitdaging vormen.
Samenhang SWOT
Binnen de SWOT is te zien dat
de kansen erg samenhangen met de sterkten van het talentonderwijs. Wanneer de
organisatie de kansen meeneemt bij het doorzetten en uitbreiden van de sterke
kanten dan ligt daar een mooie manier om als organisatie verder te ontwikkelen.
Verder is te merken dat de
structuur en het individuele onderwijs dat nu aangeboden wordt, niet
overeenkomt met het onderwijs uit 2030 waarin zich grote ruimtes met meer
kinderen ontstaan en waarin kinderen wellicht zelf mogen bepalen op welke momenten
ze naar school komen. De kracht van het talentonderwijs moet in de toekomst
bekeken worden ten opzichte van de veranderde maatschappij waarin de kinderen
zich zullen moeten gaan vestigen.
Literatuur:
Bosch-Sthijns, W. (2009). Het ontwikkelen van werk- en
leerstrategieën. In E. W. J. M. van Gerven
(Ed.). Handboek hoogbegaafdheid. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
(Ed.). Handboek hoogbegaafdheid. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
Easley, S. & Mitchell, K. (2003). De waarde van portfolio’s. Canada:
Pembroke Publishers.
Kuipers, J. (2009). Van kennisoverdracht naar
procesbegeleiding: beter omgaan met hoogbegaafde
leerlingen. Pulse Primair Onderwijs, 1, 22-24.
Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap. (2014). Experiment
flexibele onderwijstijden
2011-2014. Utrecht: Inspectie van het
Onderwijs.
Plein013. (2015). Beleid talentklassen. Tilburg: Talent in
beeld.
Van Kessel, A. (2008). Topdown leren, onmogelijk uit te leggen als
je niet weet wat bottom-up leren
is. Gevonden op http://ikbenhoogbegaafd.nl/wp-content/uploads/2012/05/TopDown.pdf
op 26-06-2014.
Voogt,
J.& Pareja Roblin, N. (2010). 21st
Century Skills. Discussienota.
Enschede: Universiteit Twente.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten