zondag 15 maart 2015

SWOT talentonderwijs na feedback

Bij quest 2 zijn verschillende scenario’s beschreven die hier terug te vinden zijn. Wij hebben uiteindelijk besloten om scenario 1 verder uit te gaan werken. Op het blog is te lezen hoe de drijvende krachten life long learning en individualisme er in 2030 uit zouden kunnen zien.

Het talentonderwijs heeft als visie: "Tegemoet komen aan specifieke onderwijsbehoeften van hoogbegaafde kinderen, waarbij ze zowel cognitief als sociaal-emotioneel (peergroep) worden uitgedaagd." Met behulp van een SWOT analyse zal ik bekijken wat de sterkten, kansen, zwakten en bedreigingen zijn van het talentonderwijs bij toekomstscenario 1.

Sterkten
Kansen
Portfolio
Individueel leertraject (zelfsturing)
Docent als coach
Digitaal portfolio
21st century skills
Talentontwikkeling
Zwakten
Bedreigingen
Open ruimten
Flexibele onderwijstijden
Brede opleiding
Overal kennis
Flexibele arbeidsmarkt
Diepgang ontbreekt

Sterkten
Binnen het talentonderwijs bevinden zich kinderen van verschillende leeftijden en niveaus (Plein013, 2015). Op dit moment vormen kinderen uit groep 4 t/m 8 samen één groep. In deze groep moet wel sprake zijn van een individueel traject, aangezien kinderen op verschillende momenten in hun leerproces zijn. Eén van de middelen die dit individuele onderwijs ondersteunt, is het weekplan. Met behulp van het weekplan is het mogelijk om ieder kind een eigen pakket met taken te geven die afgestemd zijn op de ontwikkeling van het kind. Vervolgens wordt het individuele leertraject ondersteund doordat het kind zelf probeert zicht te houden op de planning van deze verschillende taken.

De leerkracht heeft hierin een duidelijke rol als coach, aangezien het kind door middel van verschillende leergesprekken gevraagd wordt om terug te kijken op het werken met het weekplan en om verder te kijken wat er misschien aangepast moet worden. Tijdens deze leergesprekken zorgt de leerkracht ervoor dat het kind met oplossingen en antwoorden komt en stuurt vanuit zijn/haar expertise het proces van het kind zo goed mogelijk aan.

Het leerproces van het kind wordt in beeld gebracht met behulp van een portfolio. Het kind vult het portfolio met een opdracht of activiteit waar hij/zij trots op is of waar het kind een bepaald inzicht, kennis of vaardigheid bij op heeft gedaan. Doordat het kind de resultaten aan de ouders vertelt, zal het leerproces ook in woorden vertaald worden. Zowel in woord als in beeld wordt voor het kind duidelijk op welke manier het zich ontwikkeld heeft en waar nog kansen liggen (Easley & Mitchell, 2003).

Kansen
Op het gebied van het portfolio is de organisatie nog zoekend wat betreft de vormgeving en de inhoud. Momenteel is nog sprake van een combinatie tussen rapport en portfolio, waarbij het rapport de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind verder toelicht en toets resultaten weergeven worden. Het is een mooie kans voor de organisatie om het rapport en het portfolio samen te brengen in één digitaal portfolio. Wanneer kinderen de mogelijkheid krijgen om specifieke doelen te behalen, hoeft dat niet met behulp van toetsen te zijn. Het digitale portfolio biedt namelijk meerdere mogelijkheden door activiteiten te filmen en door proces en resultaten direct vast te leggen met behulp van foto’s.

Het onderdeel ICT van de 21st century skills zou op deze manier meteen verder ontwikkeld kunnen worden. Op het gebied van samenwerken, sociale en culturele vaardigheden, communiceren, kritisch denken, creativiteit en probleemoplossend vermogen worden verschillende activiteiten ingezet (Voogt & Pareja, 2010). Met behulp van bijvoorbeeld coöperatieve spellen, SOVA, Rots en water, verschillende logische puzzels en projecten worden aan die vaardigheden gewerkt. Het is van belang om deze activiteiten in te blijven zetten en verder te ontwikkelen. Eén van de aandachtspunten daarbij is het combineren van de activiteiten met ICT. Binnen het talentonderwijs is aandacht voor ICT, maar dat kan verder uitgebreid worden en dit is een mooie kans om dat te doen.

Met behulp van het project talenttijd wordt de talentontwikkeling van de kinderen gestimuleerd (Plein013, 2015). Bij talenttijd mogen de kinderen een onderwerp dat zij interessant vinden verder onderzoeken en tot slot presenteren aan andere kinderen. Bij het toekomstscenario wordt geschetst dat kinderen meer in de praktijk zullen gaan leren. Talenttijd biedt een erg mooie kans om kinderen in de praktijk te laten onderzoeken in plaats van het zoeken in bronnen als internet en boeken wat nu vooral gebeurd. Wanneer kinderen zelf uitzoeken welk bedrijf meer informatie zou kunnen geven over hun onderwerp en wanneer ze zelf bekijken hoe ze daar komen en wanneer, wordt de autonomie gestimuleerd en de praktijk in hun proces betrokken.

Zwakten
Zoals in het toekomstscenario aangegeven is, zullen meer open ruimtes ontstaan waarbinnen kinderen bezig zijn met hun eigen ontwikkelen onder begeleiding van een leerkracht. Wanneer gekeken wordt naar de kinderen binnen het talentonderwijs, valt op dat veel kinderen moeite hebben met het omgaan met veel prikkels. Wanneer steeds meer open ruimtes gevormd zullen worden, zullen steeds meer kinderen bij elkaar komen. Op deze manier zal het voor de kinderen binnen het talentonderwijs moeilijk worden om zich af te sluiten en zich te concentreren op hun leerproces. 

Naast open ruimtes zullen de kinderen en ouders meer gaan bepalen op welk moment ze leren. Uit onderzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) blijkt dat het overgaan naar flexibele onderwijstijden een flinke investering is. Bij dit onderzoek kon slechts 1 van de 11 scholen voldoen aan de juiste randvoorwaarden om flexibele onderwijstijden goed te integreren. Eén van de voorwaarden voor het flexibele onderwijs is dat de organisatie achter het concept staat. Binnen het talentonderwijs staat de organisatie niet achter deze flexibele onderwijstijden, aangezien de kinderen moeite zullen hebben met een structuur die steeds kan veranderen. De verschillende kinderen in de klas en de verschillende onderwijstijden zullen problemen geven bij de vraag naar houvast.

Doordat specialisatie pas later in het onderwijs plaats zal vinden, worden de kinderen binnen het talentonderwijs breed opgeleid. Bij hoogbegaafde kinderen zijn een aantal kenmerken van belang voor het onderwijs dat ze krijgen. Een van die kenmerken is het topdown leren dat de kinderen doen (Van Kessel, 2008). Vanuit een groter geheel ontwikkelen ze de bouwstenen die ze nodig hebben. Wanneer de specialisatie pas later plaats zal vinden, zal het voor de kinderen lastig zijn om het grotere geheel voor zich te zien en naar dat geheel toe te werken.

Bedreigingen
In 2030 zal op steeds meer manieren informatie te verkrijgen zijn en zal de hoeveelheid informatie ook toenemen. Kinderen binnen het talentonderwijs willen vaak precies weten hoe iets in elkaar zit. Wanneer veel informatie te vinden is, zal het voor hen lastig zijn om de belangrijkste informatie eruit te halen. Een leerkracht kan hierin natuurlijk ondersteunen, maar dit neemt niet weg dat kinderen thuis nog verder zoeken en wellicht door de bomen het bos niet meer zien.

Een bijkomend probleem dat kan ontstaan bij een grote hoeveelheid aan informatie, is het ontbreken van diepgang. Wanneer de opdrachten voor de kinderen te oppervlakkig blijven door veel oppervlakkige informatie, zullen de kinderen hun metacognitieve vaardigheden niet in hoeven te zetten. Bosch-Sthijns (2009) geeft aan dat hoogbegaafde kinderen vaker moeite hebben met het ontwikkelen van metacognitieve vaardigheden. Het is aan de leerkracht om de juiste selectie van informatie te maken en te zorgen voor genoeg diepgang om de metacognitieve vaardigheden van de kinderen te blijven ontwikkelen.

Verder zal sprake zijn van een flexibele arbeidsmarkt waarin de kans toegenomen is dat kinderen een aantal keer van baan wisselen of een andere functie krijgen. Zoals Kuipers (2009) beschrijft, hebben hoogbegaafde kinderen meestal een interesse in bepaalde onderwerpen. Wanneer die interesse er is, willen ze alles over dat onderwerp weten en gaan daarmee aan de slag. Op het moment dat de kinderen vaker van baan zullen moeten wisselen, is het risico dat ze hun interesse voor een bepaald beroep of vakgebied niet meer goed kwijt kunnen. Het ontdekken waarom ze bepaalde vaardigheden voor een bepaalde baan moeten leren en het opwekken van nieuwe energie zal bij het wisselen van baan een uitdaging vormen.

Samenhang SWOT
Binnen de SWOT is te zien dat de kansen erg samenhangen met de sterkten van het talentonderwijs. Wanneer de organisatie de kansen meeneemt bij het doorzetten en uitbreiden van de sterke kanten dan ligt daar een mooie manier om als organisatie verder te ontwikkelen. Zo kan bij het verder ontwikkelen van de sterkte portfolio meteen de kans gebruikt worden om een digitaal portfolio te ontwikkelen.

Verder is te merken dat de structuur en het individuele onderwijs dat nu aangeboden wordt, niet overeenkomt met het onderwijs uit 2030. De kracht van het talentonderwijs moet in de toekomst bekeken worden ten opzichte van de veranderde maatschappij waarin de kinderen zich zullen moeten gaan vestigen. Zo kan het talentonderwijs dat momenteel aandacht besteed aan hoe kinderen met elkaar en anderen om kunnen gaan ingezet worden om de zwakte op het gebied van onderwijs in grote groepen op te kunnen vangen.

Literatuur:
Bosch-Sthijns, W. (2009). Het ontwikkelen van werk- en leerstrategieën. In E. W. J. M. van Gerven
               (Ed.). Handboek hoogbegaafdheid. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV.
Easley, S. & Mitchell, K. (2003). De waarde van portfolio’s. Canada: Pembroke Publishers.
Kuipers, J. (2009). Van kennisoverdracht naar procesbegeleiding: beter omgaan met hoogbegaafde  
leerlingen. Pulse Primair Onderwijs, 1, 22-24.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2014). Experiment flexibele onderwijstijden
2011-2014. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.
Plein013. (2015). Beleid talentklassen. Tilburg: Talent in beeld.
Van Kessel, A. (2008). Topdown leren, onmogelijk uit te leggen als je niet weet wat bottom-up leren
is. Gevonden op http://ikbenhoogbegaafd.nl/wp-content/uploads/2012/05/TopDown.pdf op 26-06-2014.
Voogt, J.& Pareja Roblin, N. (2010). 21st Century Skills. Discussienota. Enschede: Universiteit
            Twente.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten